“Iedereen heeft de behoefte om gezien te worden.”

Anna Klevan (1992) is een documentaire beeldmaker die werkt en woont in Den Haag, waar ze ook studeerde aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Voor haar afstudeerproject vloog de gefascineerde fotografe naar New York voor een ontmoeting met Greg Packer, die bekend staat als de meest geciteerde man in het nieuws. Ze fotografeerde, interviewde en volgde hem gedurende enkele weken, wat onder andere resulteerde in de publicatie “You can find me everywhere” / “I found you everywhere”.

We spraken met Klevan over het ego, identiteit en constructies van het ‘ik’, thema’s die de fotografe in haar werk bezighouden. Ze focust zich op de invloed van representatie op de vorming van identiteit.

Je bent documentaire beeldmaker. Hoe komt jouw werk tot stand?
“Mijn werk komt vaak voort uit een dialoog die ontstaat tussen het onderwerp en mij. Ik zie het als een samenwerking. Ik kom moeilijker tot werk als dit volledig vanuit mijzelf moet komen. Mijn auteurschap, dat ik onlosmakelijk verbonden zie met het begrip kunstenaarschap, verschilt per project en is niet altijd even duidelijk aanwezig.”

En hoe zou je je werk willen omschrijven?
“Het bestaat uit verschillende onderdelen en media waarbinnen ik mijn eigen rol als beeldmaker en auteur telkens opnieuw vind. Ik maak gebruik van archiefmateriaal – zowel tekst als beeld – en zelf gevoerde interviews en gesprekken. Deze aspecten brengen mij vervolgens ideeën en nieuw werk. Dit zijn vaak geënsceneerde momenten gebaseerd op observaties. Onze relatie met de camera fascineert mij ook… Mijn werk gaat over mensen die verwondering in mij naar boven brengen op één of andere manier.”

Wat voor soort mensen vind je interessant?
“Mensen die heel overtuigd zijn van iets en dat met volle overgave doen. Ik ben zelf helemaal niet zo. Ik bevraag alles veel en ben een twijfelaar. Waarschijnlijk heb ik daarom bewondering voor zulke mensen.”

Je zei gefascineerd te zijn door onze relatie met de camera. Wat bedoel je daarmee?
“De camera is voor mij een reden om personen te leren kennen die ik anders niet eens had durven aanspreken. Tegelijkertijd helpt de camera me ook om dankzij de afstand die je ermee creëert het verband te zien tussen die persoonlijke verhalen en een status quo of herkenbaar gevoel.”

Je bent net afgestudeerd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Je scriptie ‘Imago / Image’ was onderverdeeld in ‘de Spiegel’, ‘de Ander’ en ‘de Camera’. Hoe bracht je deze drie dingen in verband met elkaar?
“Het zijn drie dingen die ons van reflecties voorzien. Ik heb in mijn thesis vooral proberen te onderzoeken hoe we ons tot deze externe reflecties verhouden, hoe dit invloed kan hebben op ons zelfbeeld, op hoe we onszelf zien. De relatie en balans tussen de drie is de laatste jaren erg veranderd, waarschijnlijk omdat de camera zo aanwezig is in ons dagelijks leven en de manier waarop we onszelf presenteren aan de buitenwereld heel erg veranderd is doordat er nu ook zoveel online podia zijn, zoals sociale media.”

Waarom koos je voor dit onderwerp?
“In eerste instantie wilde ik beter kunnen begrijpen hoe de mensen waarmee en waarover ik mijn werk maak zich verhouden tot de uiteindelijke beelden. In hoeverre vinden zij zichzelf terug in de beelden die ik presenteer? Later begon ik steeds meer te beseffen dat ook een groot deel van mijzelf in dit onderwerp zit. Je denkt veel na over hoe je overkomt en je verhoudt tot de ander. Ik wilde dit meer theoretisch onderzoeken en vervolgens in relatie brengen met projecten en actuele ontwikkelingen die mij inspireren.”

De semioticus Roland Barthes gaat een stapje verder en maakt de camera uit voor ‘inbreker’ en ‘leugenaar’.
“Hij schrijft onder andere over het proces van gefotografeerd worden en wat er gebeurt met diegene die voor de camera zit. Barthes beschrijft hoe de platte, eenzijdige momentopname nooit aansluit op het beeld dat wij van onszelf hebben, omdat deze juist heel veelzijdig en beweeglijk is. Het is volgens hem daardoor vaak een momentopname waarin we onszelf moeilijk terug herkennen.”

Kun je je vinden in zijn theorie?
Ja, zowel als ik voor als achter de camera sta. Het heeft me meer bewust doen worden over mijn rol als fotograaf binnen het proces van zien en gezien worden. Misschien zijn Barthes’ woorden als inbreker, leugenaar of zelfs ‘de dood’ aan de zware kant, maar hij heeft een punt. Ik vind de camera ook een heel ongemakkelijk object. We worstelen allemaal of passen ons aan zodra iemand anders een lens op ons richt. De selfie is daar dan de juiste oplossing voor, omdat je dan de volledige controle behoudt over het beeld. Als ik er echter één maak, weet ik vervolgens niet zo goed wat ik ermee aan moet.” (Lacht.)

Hoe is je afstudeerproject “You can find me everywhere” / “I found you everywhere” ontstaan?
“Ik deed een tijd lang onderzoek naar het fenomeen ‘de man in de straat’. Dit is een interviewmethode die wordt gebruikt in de nieuwsmedia waarbij een willekeurig persoon op straat wordt gevraagd naar een mening, gevoel of sfeerimpressie van een actueel onderwerp. Op die manier wordt de stem van het volk gerepresenteerd. Tijdens dit onderzoek leerde ik over het bestaan van Greg Packer, bekend als de meest geciteerde man in het nieuws. Ik raakte zo gefascineerd door wat hij deed dat ik hem besloot te e-mailen met de vraag of hij wilde meewerken aan een project over hem. En dat wilde hij natuurlijk.” (Glimlacht.)

Je vloog zelfs naar de Verenigde Staten om hem te ontmoeten. Waardoor raakte je zo gefascineerd door Greg?
“Identiteit leek bij hem iets flexibels. Hij is als het ware een soort kameleon. Zijn interesses, overtuigingen en meningen zijn onderhevig aan het vastgelegd en gepubliceerd worden. Ik wilde weten wie hij ècht was.”

En vond je hem bijzonder?
“Ik vond en vind Greg Packer nog steeds heel bijzonder. Verder wist ik bijna niets over hem als persoon toen ik naar NYC vertrok. Ik ging erheen met bepaalde verwachtingen, die vervolgens onbeantwoord bleven. De samenwerking verliep namelijk nogal stroef. Het spel van controle was niet in balans en Greg had andere ideeën over het project dan ik. Mijn auteurschap werd op de proef gesteld waardoor ik heel erg zoekende was en vervolgens wist Greg waarschijnlijk ook niet zo goed wat hij met mij aan moest. Terug in Nederland ervoer ik het project in eerste instantie als een mislukking. Later zag ik in dat onze dialoog en mislukte pogingen juist enorm waardevol waren.”

Ben je kritisch voor jezelf?
“Ik vind het fijn om dingen te bevragen. Dat is bijna een gewoonte. Ik vind het lastig om ruimte te laten trial and error als ik in mijn hoofd al helder heb hoe het moet worden. Ik heb meer tijd en afstand nodig om de ‘mislukkingen’ te erkennen en niet meteen opzij te schuiven.”

De sfeer in je fotografie doet filmisch aan. Zou dat een link kunnen hebben met jouw interesse in Amerika en Amerikaanse fenomenen?
“Ik besef dat de wereld groter is dan Amerika, maar het is wel daar waar mijn beeld van de wereld is gecreëerd. Ik ben opgegroeid met deze beelden. Ik herken de straten, de manieren en het licht. Misschien trekt het me daarom zo aan.”

Zie je jezelf daar leven?
“Mensen verhuizen naar New York en Los Angeles met het idee een meer succesvol leven te kunnen leiden. In beide steden ben ik toerist geweest en heb ik voor korte periodes gewoond, maar twijfel of ik me er ooit thuis zou voelen. In zo’n enorme stad kijken de mensen niet om zich heen.”

Dus je begon mensen zoals Greg Packer beter te begrijpen?
“Precies, mijn beleving van toen staat heel erg in relatie tot wat hij doet. Dat was best confronterend, maar ervoer ik tegelijkertijd als een soort eurekamoment. Ik begreep daardoor die drang om gezien te worden ineens heel goed. Een behoefte die we denk ik allemaal wel hebben. Alleen gebruikt Greg een heel tijdrovende manier om gezien te worden, waarbij hij ook heel erg afhankelijk is van de media. Een soort omslachtige selfie. Eigenlijk gaat het om hetzelfde principe: gezien worden en daardoor bestaan. In zijn geval is dat meer dan honderd keer geciteerd worden en daarmee een nalatenschap hebben.”

Wat zegt jouw leefomgeving over jou?
“Ik ben graag thuis en vind comfort in het omgeven worden door mijn eigen spullen en dingen. Dit zijn voorwerpen die een herinnering met zich meedragen. Ik raak best gehecht aan materie als er een sentimentele waarde aan vastzit. Ik doe moeilijk dingen weg die ik heb gekregen of die een betekenis krijgen doordat ik ze al zo lang heb. Niet alles in mijn huis is van sentimentele waarde. Ik kan evengoed toegeven aan mijn zwak voor primaire kleuren en simpele vormen als ik in een kringloopwinkel sta. Het sentiment komt dan later wel.” (Lacht.)

Heb je ook eigen werk aan de muur hangen?
“Ja, dat is de foto bij mijn bed. Die maakte ik een paar jaar terug bij kennissen, die, net als mijn vader, in de Sovjet Unie opgroeiden. Een plek die niet meer bestaat, maar wel voortleeft in hun linnenkast. Ik besloot deze linnen uit te hangen en te fotograferen. Een herinnering die niet de mijne is, maar waar ik mijn eigen nostalgische en melancholische buien op kan projecteren.”

Hoe belangrijk is reizen voor jou?
“Het is voor mij een manier om mezelf uit te dagen. Het comfort dat ik in mijn huis creëer kan soms ook verdovend zijn. In het gebrek aan comfort doe ik vaker nieuwe inzichten op. Het helpt me om te benoemen wat ik om me heen zie. Op die manier kan ik letterlijk en figuurlijk met meer afstand kijken naar mijn omgeving en mezelf.”

Waar werk je momenteel aan?
““You can find me everywhere” / “I found you everywhere” zie ik als een hoofdstuk van een groter project, een soort oeuvre dat gaat over mensen die door verschillende media gezien worden, maar niet altijd als zichzelf. Zo heb ik eerder samengewerkt met Daniel Weisman, een fulltime figurant in Hollywood, en ben ik nu in contact met impersonators en look-a-likes die worden ingehuurd, omdat ze op iemand anders lijken. Hoeveel verhalen het uiteindelijk worden en wat daartussen de verbanden zijn, ontdek ik wel gaandeweg.”

Ben je bang voor de nabije toekomst?
“Ik stel de toekomst vaak liever nog even uit. Nu ik ben afgestudeerd kan ik dat waarschijnlijk niet veel langer doen. (Lacht.) Ik hoop dat de vrijheid die ik nu heb en waar ik nog aan moet wennen, me zal stimuleren in plaats van benauwen.”

Maar het leven gaat nu toch pas beginnen?
“Ik denk dat met deze vrijheid heel veel mogelijk is, maar dat ik binnen de mogelijkheden een balans moet gaan vinden. Ik heb genoeg vragen en ideeën waar ik mee aan de slag kan en hoop een manier te ontwikkelen waarin ik binnen samenwerkingen met anderen boeiende dingen neer kan zetten die ook door een publiek gezien kunnen worden. Ik heb zin in het onbekende.”

Dit artikel verscheen op 1 augustus 2016 op This Surrounding Us All.