Hoe klonken mijn Tilburgse voorouders?

Als kind bracht ik jarenlang de zomervakantie door in Noord-Brabant. In deze provincie ligt een aanzienlijk deel van mijn familiegeschiedenis. Aan vaders kant voornamelijk in Lage Zwaluwe (al 500 jaar), aan moeders kant voornamelijk in Tilburg (in ieder geval 300 jaar). Over het dialect van de laatstgenoemde plaats wil ik het vandaag gaan hebben. Wat

Het Bargoens in de wetenschap

Waarschijnlijk vanuit mijn interesse in de woonwagengeschiedenis ontstond eveneens mijn interesse in de Bargoense taal. Hoewel de jongere generaties het niet goed beheersen, groeide ik desondanks op met dit sociolect (ik weiger het een geheim- of dieventaal te noemen). Later studeerde ik Hebreeuwse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Grappig is dat het

10 x Bargoens, Jiddisch, Hebreeuws 2.0

In de vorige post noemde ik tien woorden die inmiddels zo ingeburgerd zijn dat we niet eens meer horen dat het oorspronkelijk geen Nederlandse woorden zijn. In deel 2 van deze tweeluik noem ik tien woorden die wat minder bekend zijn en waar je wel degelijk aan kunt horen dat ze een niet-Nederlandse oorsprong hebben.

10 x Bargoens, Jiddisch, Hebreeuws 1.0

Gezien het feit dat ik Hebreeuwse taal en cultuur studeerde en met het Bargoens ben opgegroeid, is het voor mij extra interessant om uit te zoeken welke Bargoense woorden zich via het Jiddisch zijn ontleend aan het Hebreeuws. Hiervoor heb ik gebruik gemaakt van Modern Bargoens woordenboek. Van achenebbisj tot zwijntje en 698 andere informele

‘t Dordtse dialect 3/3

“Sommigen schijnen zich […] voor hun dialect te schamen. Dat is volkomen overbodig; het kleurlooze Nederlandsch, het zg. Algemeen Beschaafd, verdient heelemaal geen aanbeveling en is voor taalstudie heel weinig waard”, aldus gemeente-archivaris Jan van Dalen in 1931 in zijn boek Geschiedenis van Dordrecht.

‘t Dordtse dialect 2/3

“Korsemis zeggen de Dordtenaren tegen Kerstmis. Fabriek wordt febriek. De w wordt soms een v, zoals in ‘Mervelande’. Andere typeringen: petoffel, petret, pussíes (precies), twaluf, arebeie, wérrukke. We zeggen ook: ombegrèpeluk tegen onbegrijpelijk. ‘Smaller’ wordt smalder en ‘kleiner’ steeds kleinder. As er iemand is gestorreve gaan we rije na de kerruk, maar híj komp t’r

‘t Dordtse dialect 1/3

Zoals ik al eerder schreef heb ik in het verleden hard mijn best gedaan om correcter Nederlands te leren spreken en schrijven. Inmiddels zie ik het echter als een verrijking dat ik met een regiolect/sociolect ben opgegroeid. Dat geldt voor het Bargoens waarover ik voor deze en deze blogpost een oud maar interessant boekje las,