Ik vluchtte van en naar Dordrecht

Het is geen geheim dat ik in 2013 mijn geboortestad ontvluchtte. Ik wilde mijn vleugels uitslaan, ik wilde mezelf verlossen van familiaire bemoeizucht en de Dordtse bekrompenheid. Ik was vastbesloten een nieuw leven te beginnen, daar in het verre, grote, wilde en ruimdenkende Amsterdam. De eerste maand genoot ik ontzettend van mijn nieuwe woonplaats, maar toen de studie begon verdween dat bevrijde gevoel in hoog tempo en keerde het eigenlijk nooit meer terug.

Logischerwijs besloot ik na zes jaar Amsterdam te verlaten. In al die jaren lukte het me niet om er te aarden. Eigenlijk was ik er diep ongelukkig, puur door de eenzaamheid. Amsterdam is, in vergelijking met Dordrecht, een vluchtige stad. Mensen verdwijnen zo snel als dat ze in je leven kwamen. En zo wist ik met niemand écht een band op te bouwen. Daarnaast vond ik de sfeer onprettig: minder ruimdenkend dan ik altijd dacht en men is — zo ervoer ik het tenminste — minder in your face, je weet gewoon niet zo goed wat je aan ze hebt en waar je aan toe bent. In Dordrecht en Rotterdam, waar ik op school zat, was ik het directe gewend. Je zei gewoon waar het op stond: ik werk met je samen, maar ik vind je wel een eikel. ’t Kon maar duidelijk zijn.

In Amsterdam kwam ik ook de ‘niet lullen maar poetsen’-mentaliteit niet tegen. Er werd veel gepraat en veel gefantaseerd — veel onzin vooral —, maar weinig plannen kwamen echt van de grond. Hierdoor had ik een constant gevoel van tijdsverspilling. Eén specifiek moment vergeet ik nooit meer. Ik kreeg de opdracht een project vorm te geven. Toen ik halverwege in dat project zat en de opdrachtgever over de stand van zaken wilde informeren, zei diegene: “O, maar het was niet de bedoeling dat je het echt zou gaan doen! We waren maar aan het brainstormen…” En dat terwijl de opdracht wel degelijk werd toegezegd.

En nee, dit was geen op zichzelf staand incidentje. 😉

Toen mijn contract bij mijn laatste werkgever afliep in dezelfde maand als dat ik mijn studentenwoning moest hebben verlaten, voelde dat als een teken. Ik moest terugkeren naar Dordrecht of in ieder geval Amsterdam verlaten. Aangezien ik me in Dordrecht nooit als woningzoekende had uitgeschreven, had ik in de tussentijd veel woonpunten gespaard en lag het voor de hand dat ik daar naar een woning zou zoeken. Bij de eerste woning waar ik op reageerde, had ik meteen beet. Een gelukje, want op Woonkeus worden maar zelden (mooie) woningen in het centrum van Dordrecht aangeboden.

En nee, dit binnenstadskindje moet er niet aan denken om in een andere buurt te ‘moeten’ wonen. 😉

Toen ik besloot terug te komen, zei een niet nader te benoemen Dordtenaar op een beetje kattige manier: “Je wilde hier toch zo graag weg?” Maar op een afstandje ben ik mijn geboortestad meer gaan waarderen, ik kijk er nu heel anders naar. Natuurlijk zag ik altijd al dat Dordrecht een mooie binnenstad heeft, maar door de oprichting van mijn succesvolle Facebook-groep ’t Dordrecht van toen zie ik veel meer details.

Daarnaast ben ik ook het stille, trage en kneuterige meer gaan waarderen. Dordrecht is dan wel een stad, het voelt soms ook dorps aan. Alles is op loop- of fietsafstand én mensen praten zowaar tegen je. Ik dacht dat het anonieme in Amsterdam me goed zou doen, maar nu weet ik dat juist de korte praatjes me staande houden.

Het is natuurlijk een gekke tijd geweest, zo met het onverwachte overlijden van mijn vader. Hierdoor kwam het klussen in mijn eigen huis op een heel laag pitje te staan. Vorige week woensdag leverde ik de sleutel van mijn vaders huis in en maakte ik in no-time mijn eigen huis af. Twee maanden op sinaasappelkistjes leven begon me op een gegeven moment behoorlijk tegen te staan. Nu al het kluswerk gedaan is, kan in eindelijk meubels gaan uitzoeken en me thuis gaan voelen. Dat werd weleens tijd.

Maar heimwee naar Amsterdam? Nog geen seconde.

Misschien heb ik er door alle gekte nog geen tijd voor gehad om heimwee of spijt te hebben. Dat kan natuurlijk. Maar zoals ik het nu voel: ik zeg niet dat ik voor altijd in Dordrecht blijf, maar terug naar Amsterdam wil ik zeer zeker niet. Ik ben écht blij dat ik die vieze, chaotische, vluchtige en onvriendelijke plek heb verlaten. Want ja, zo ervoer ik onze volle maar lege hoofdstad.

Spijt van mijn terugkeer naar Dordrecht heb ik dus (nog) niet. Spijt van mijn Amsterdamse avontuur overigens ook niet, hoor. Ik droomde er al vanaf m’n puberteit van om in Amsterdam te gaan wonen. Het had pas zielig en zonde geweest als ik op mijn sterfbed had gezegd: ik had graag in Amsterdam gaan wonen, maar heb het nooit gedaan.

Die wens kan ik nu afvinken. Het was ’t niet voor me en dat is dikke prima. Ik heb ’t tenminste geprobeerd.



Op de foto: ‘Stadsvernieuwing in de Boogjes tussen de Dolhuisstraat en de Ruitenstraat gezien vanaf de Grote Kerkstoren, 1980.’ (bron) / In de linker betonnen blokken heb ik van m’n 2de tot en met m’n 20ste gewoond (Ruitenstraat). De eerste twee jaar van mijn leven woonde ik achter die boom links (Boogjes). Op m’n twintigste ging ik achter de bomen rechts wonen (Geldelozepad), daarna weer bij die boom links (Pelserstraat), haha. De eerste 24 jaren van mijn leven speelden zich dus in deze buurt af. / Ik betwijfel overigens of de foto genomen is in 1980, want mijn ouders en ik gingen in 1986 in dat stuk beton wonen en waren destijds de eerste bewoners.

Reacties op “ Ik vluchtte van en naar Dordrecht ”
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *