Het Bargoens in de wetenschap

Waarschijnlijk vanuit mijn interesse in de woonwagengeschiedenis ontstond eveneens mijn interesse in de Bargoense taal. Hoewel de jongere generaties het niet goed beheersen, groeide ik desondanks op met dit sociolect (ik weiger het een geheim- of dieventaal te noemen). Later studeerde ik Hebreeuwse taal en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Grappig is dat het Jiddisch, dat voortgekomen is uit het Hebreeuws, een zustertaal is van het Bargoens. Maar over de vergelijkingen die in deze talen te vinden zijn schreef ik al eerder, namelijk hier en hier.

Voor deze blogpost las ik een aantal wetenschappelijke artikelen over het Bargoens. Misschien voor mijn bezoekers niet bijster interessant, maar als naslagwerk voor mijn familieonderzoek erg relevant.

De grappige ingezonden brief die we hierboven zien vond ik hier (gepubliceerd in Het Parool op 15 april 1983).

“Het Bargoens is een Nederlands sociolect van ambulante randgroepen, dat in bijzijn van buitenstaanders tevens als geheimtaal wordt gesproken. Dat Bargoens krijgt al vijf eeuwen de belangstelling van niet-ingewijden. Ton Goeman typeert die externe interesse als ‘een continue en ambivalente geboeidheid door groepstalen met een geheimzinnig karakter, die door dat simpele feit, ondanks de negatieve waardering, ook bij buitenstaanders een vorm van prestige opwekken (Goeman, 1999, p. 130).’

[…]

Bargoense woorden werden niet alleen gebruikt in literaire teksten, ze werden ook opgetekend en verzameld ofwel met de bedoeling misdadige Bargoenssprekers te ontmaskeren of vanuit een meer taalkundige belangstelling.

[…]

De niet-literaire bronnen zijn van jongere datum, toen het Bargoens zich al had ontwikkeld tot een meer criminele variant, de dieventaal (vooral in de Hollandse steden) en een meer mercantiele variant, de kramertaal (in de periferie van het Nederlandse taalgebied).

[…]

In de negentiende en twintigste eeuw legden ook taalliefhebbers woordverzamelingen aan. Zij hadden vooral belangstelling voor de kramertaal, het meer mercantiele Bargoens van rondtrekkende handelaars en ambulante ambachtslui. Hun belangstelling was niet gericht op praktische doeleinden. Ze waren vooral geboeid door het Bargoens als taalcuriosum.

[…]

In de volkswijken waar ze woonden, werd het Bargoens soms de huistaal met het gevolg dat de woordenschat spectaculair groeide, maar minder verwees naar de straathandel en het venterleven. Voor de uitspraak richtte het Bargoens van lokale groepen sprekers zich op het plaatselijke dialect. Als gevolg van de dialectische verscheidenheid is de kramertaal beter te lokaliseren dan de dieventaal. Ze is opgetekend in tientallen, meestal goed lokaliseerbare en dateerbare bronnen.

[…]

Het aantal ontleningen aan vreemde talen zoals het Jiddisj en het Frans is te verwaarlozen. De woordenschat is vooral uitgebreid met enerzijds metaforen en metoniemen en anderzijds samenstellingen en afleidingen.

[…]

In Nederland dook het Bargoens naar het midden van de negentiende eeuw toe opnieuw op.”

Bron: Paul van Hauwermeiren. ‘De belangstelling voor het Bargoens’. In: Taal & Tongval, 61, 2009.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *