Hoe ik met mijn stamboomonderzoek begon

Zo nu en dan kloppen er mensen voor genealogische hulp bij me aan. Ze vragen me dan hoe ik zo veel over mijn familiegeschiedenis te weten ben gekomen, waar ik al die informatie heb gevonden en hoe ik er überhaupt mee begon. In de meeste gevallen zijn het mensen die wel geïnteresseerd zijn in hun eigen familiegeschiedenis, maar die in de veronderstelling zijn dat dergelijke informatie niet op straat ligt, of dat al die schatten niet bewaard zijn gebleven en dus al helemaal niet gedigitaliseerd zijn.

Ik help deze mensen altijd graag en heb er daarnaast heus weleens over nagedacht om naast mijn familiegeschiedenis ook aandacht te besteden aan genealogie in het algemeen. Maar eigenlijk voel ik me voor het laatste niet de juiste persoon, omdat ik ook maar een hobby-genealoog ben.

Laat ik het daarom houden bij deze misschien ietwat uitgebreide blogpost waarin ik vertel hoe ik het aanpakte en waarom ik het op die manier deed.

Verborgen verleden
Om in the mood te komen zou je kunnen beginnen met het terugkijken van verschillende afleveringen van het programma Verborgen verleden. Het was voor mij in ieder geval de aanleiding om aan mijn familieonderzoek te beginnen. Voor degenen die het niet kennen: in dit programma gaan Bekende Nederlanders opzoek naar hun familiegeschiedenis, spreken ze af met historici en archivarissen én reizen ze de wereld rond, opzoek naar hun wortels. Een van de mooiste afleveringen vond ik die van Jeroen Krabbé, maar ook Georgina Verbaan, Irene Moors, Karin Bloemen en Daphne Bunskoek ontdekten interessante dingen. Begin gewoon eens met deze vijf afleveringen zou ik zeggen.

Naam, geboortedatum, geboorteplaats
De gegevens die je als eerste moet zien te achterhalen, zijn de volledige namen, geboortedata en geboorteplaatsen van je overgrootouders. Vraag het aan je ouders, grootouders of andere familieleden die het zouden kunnen weten. Omdat je te maken hebt met het openbaarheidstermijn (100 jaar na geboorte, 75 jaar na huwelijk, 50 jaar na overlijden) zul je geen of nauwelijks informatie over je grootouders online vinden. Een enkele keer kwam ik mijn oma’s naam tegen op een gezinskaart, maar veel meer verwacht ik voorlopig niet te vinden.

Gevonden gegevens opslaan
Je doet er goed aan om meteen vanaf het begin te werken met een speciaal programma zoals Geneanet, Genealogie Online of My Heritage. Althans, zo werd mij geadviseerd. Koppig als ik ben (ik ben en blijf een Ram, hè?) koos ik ervoor om níet met een dergelijke website te werken, simpelweg omdat ik 1) me niet blind wilde staren op (voor mij vaak nietszeggende) datagegevens, 2) mij vooral met achtergrondverhalen bezig wilde houden en 3) dit alles op een makkelijke manier met familie wilde delen. Velen raadden me het in het begin af, maar een blog met korte verhalen bleek voor mij heel goed te werken. Familieleden die ik niet kende en andere geïnteresseerden wisten me al snel te vinden. In 2018 had ik maar liefst 5.500 bezoekers.

Bloggend je geschiedenis uitzoeken
Bloggen betekent gezien en gevonden worden. Het volgen van een spannende familiegeschiedenis triggert mensen om in de kast of op zolder te zoeken naar objecten waar je misschien iets aan hebt. Ik had het geluk dat verre familieleden waar ik nog nooit van had gehoord, mijn blog vonden en me uitnodigden om langs te komen. Of als ze te ver weg woonden, namen ze de moeite om foto’s voor me te scannen. Dit zijn de fantastische momenten waarop ik het meest dankbaar was. Maar bloggen is niet voor iedereen weggelegd. Allereerst moet je doorzettingsvermogen hebben. Menig blogger houdt er na een paar werken of maanden al mee op. Daarnaast is het toch wel een vereiste dat je goed en helder kunt schrijven. Kies er dus niet te snel voor om te gaan bloggen over je familiegeschiedenis, want het is niet voor niets een niet voor de hand liggende vorm! Ik ken er in ieder geval maar weinig die het op deze manier doen.

Schrijven op papier
Altijd als ik een stukje familiegeschiedenis wil uitzoeken, heb ik een groot kladblok naast me liggen. Ik teken een gezin of stukje stamboom uit, omdat ik anders het overzicht kwijtraak. Ik moet voor mezelf visualiseren wat mijn connectie is met die ene persoon waar ik onderzoek naar doe. Is die ene verre neef of tante van mijn voorouder wel écht familie van mij? Teken dus uit hoe lijnen en takken lopen.

Onderscheid kanten van elkaar
Zet vooral in het begin overal bij tot welke tak iemand behoort en wat iemand van jou is. Is het je betovergrootmoeder aan de kant van je moeders moeder of is het toch een tante van je vaders oudvader? Daarnaast wordt het een rommelzooitje als je met alle takken tegelijk begint. Werk dus eerst een paar weken aan de ene tak en dan een periode lang aan een andere tak. Ik ben eerst met mijn moeders kant begonnen, pas een jaar later begon ik aan mijn vaders kant. Nu was ik toevallig ook veel minder geïnteresseerd in mijn vaders takken, maar het zorgde wel voor overzicht. En het zorgde ervoor dat mijn voorouders als familie gingen voelen, omdat ik de namen ging herkennen en op een gegeven moment uit m’n hoofd wist tot welke tak ze precies behoren. Werk daarnaast ook met generaties zoals ik dat hier en hier doe.

Breng gezinnen in kaart
Wat ik in mijn koppigheid ‘vergat’ te doen (lees: bewust oversloeg), was het in kaart brengen van gezinnen. Het is gewoon veel slimmer om eerst alle gezinnen van je voorouders in kaart te brengen voordat je op zoek gaat naar spannende verhalen. Ik werd echter overspoeld met informatie, wat ik niet verwacht had en me daardoor liet leiden. Pas twee jaar nadat ik met mijn onderzoek startte, begon ik met het in kaart brengen van mijn voorouders. Niet problematisch blijkbaar, maar heel logisch is het niet. Wees dus wél verstandig en breng eerst alle gezinnen in kaart. Inclusief volledige namen, geboortedata en geboorteplaatsen natuurlijk.

Tijd voor achtergrondverhalen
Zodra je alle gezinnen in kaart hebt gebracht en je kunt zien welk kind bij welk gezin hoort, is het tijd voor achtergrondverhalen. Ik ben dus gaan bloggen, omdat juist de achtergrondverhalen me het meest fascinerend leken. En dat bleek natuurlijk ook zo te zijn. Door websites zoals Deplher, waar vele oude kranten op te vinden zijn, en alle online archieven wist ik mijn familiegeschiedenis in te kleuren. Ik kwam erachter waar mijn voorouders woonden, hoe ze om het leven kwamen, waar ze begraven lagen. Hoewel de verhalen vaak heftig waren (zo werd mijn overgrootmoeders broer vermoord), geven ze gezamenlijk een aardig beeld van hoe het leven destijds was.

Zoek niet naar ridders en prinsessen
Wat ik het meest afgezaagd aan Verborgen verleden vind, is dat er soms dwangmatig gezocht wordt naar die ene ridder in het jaar 1278 of de overgrootvader van je moeders tante d’r betovergrootmoeder die een zoon kreeg die met een prinses trouwde. Je snapt ‘m: zoek niet als eerste naar mensen die heel ver misschien familie van je zijn. De meeste mensen hebben géén verre achterachterachterneef van een vergeten achternicht die een prins was. Het zegt ook zo weinig over wie jij bent of hoe je opa en oma leefden. Ik focus me vooral op de eerste generaties, tot en met mijn betovergrootouders. Omdat de mensen die jij kent deze mensen misschien ook nog hebben gekend of in ieder geval verhalen over ze hebben gehoord.

Namen, talen, wapens
Verder zou het ter illustratie interessant kunnen zijn om je te verdiepen in de afkomst of betekenis van achternamen, de talen of dialecten die voorouders spraken en of er familiewapens waren. Het laatstgenoemde heeft mijn interesse helemaal niet, maar menig genealoog is er dol op. Ieder z’n meug! Trouwens, nu we het over namen hebben: staar je niet blind op één schrijfwijze. Mijn betovergrootmoeder heette Minkhorst, maar ze bleek de enige te zijn die haar achternaam op deze manier spelde. Het was namelijk Menk(e)horst. Lange tijd wist ik dit niet en dus kwam ik maar niet verder.

Nog even over mijn onderzoek
Zoals ik hier al schreef: Tijdens mijn genealogische onderzoek beperk ik mij niet tot de opsomming van namen en geboorte-, trouw- en overlijdensdata. Om mijn voorouders en hun kinderen écht een gezicht te kunnen geven, ligt de focus op mijn familiegeschiedenis in de vorm van geschiedkunde (genealogie of stamboomonderzoek), heemkunde (onderzoek naar eigen leefomgeving), menskunde (antropologie, tak van wetenschap die de mens in al zijn aspecten bestudeert), naamkunde (antroponymie, studie naar de oorsprong van de voor- en familienamen van mensen) en taalkunde (dialect, regiolect en sociolect).

Kortom: Het is belangrijk dat je alles noteert, linkjes naar (unieke) akten áltijd opslaat (geloof me, je vindt ze anders nóóit meer terug) en verder genoeg uitschrijft zodat je je stamboom voor jezelf visualiseert (en je dus alle constructies gaat begrijpen).

Nuttige linkjes vind je hier, andere interessante blogs vind je hier.

Ben ik nog iets vergeten? Laat dan gerust een reactie achter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *