Ook de van Laarhovens woonden in een woonwagen

Gisteren vroeg ik me af wie A. C. van Laarhoven zou kunnen zijn. Door mijn nieuwe vondst vermoedde ik even dat het C. A. moest zijn. Cornelia Antonia, de tante waar mijn oma naar vernoemd is, wilde namelijk ook met haar woonwagen in Dordrecht komen staan. Haar aanvraag van 19 november 1931 werd alleen afgewezen; ’niet in orde is vertrokken’ staat op deze pagina te lezen.

In de Dordrechtsche Courant van 26 april 1930, anderhalf jaar eerder dus, valt te lezen dat ze van een dochter beviel. In een woonwagen aan de Kilkade in Dordrecht, waar ze ook toen niet woonde. Het kind kwam echter levenloos ter wereld, want zo staat vermeld in de overlijdensakte: “dat op den twee en twintigsten April dezes jaars, des namiddags ten half zeven ure, in deze gemeente is ter wereld gekomen een kind van het vrouwelijk geslacht dat als levenloos wordt aangegeven uit Cornelia Antonia van Laarhoven, zonder beroep, echtgenoote van Franciscus Kluijtmans, koopman, beiden wonende te Gorinchem.”

Het zou best kunnen dat Cornelia Antonia in 1939 alsnog in Dordrecht kwam wonen, maar dat blijft nog even gissen. Wel weet ik nu zeker dat de van Laarhovens ook woonwagenbewoners waren. Dit trok ik eerder in twijfel, omdat ik er — in tegenstelling tot de kant van mijn overgrootmoeder — geen enkel bewijs voor vond. Maar naast tante Cor leefde ook ome Frans met zijn woonwagen in Dordrecht. Hem werd namelijk op 29 september 1937 wél een vergunning verleend. Deze werd op 23 oktober 1939 ingetrokken, waarschijnlijk omdat het gezin toen weer vertrok.

Grappig dat ik door de simpele rubriek ‘Van komen en gaan’ én de registers van aangevraagde vergunningen alsnog ontdek dat ook de van Laarhovens reizigers waren. Zeer nuttige informatie.

Waar al die archieven wel niet goed voor zijn! 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *