Brief van Cas, 17 mei 1942

Laren 17-5-42

Beste vriend Kees,

Allereerst hartelijk bedankt voor je brief, met de daarbij gezonden problemen. Het is op ’t ogenblik prachtig weer en als het de Tweede Pinksterdag ook zo is, dan hebben we niet te klagen. Echter moet ik je iets vertellen.
Momenteel heb ik nogal hoge temperatuur, want het ‘zaakje’ binnen is wat onrustig. Niet zo hoog meer als het geweest is doch het is nog niet normaal. Zoals het nu is voel ik me tamelijk goed. Loopt mijn temperatuur weer op dan zal ik je tijdig bericht zenden om niet te komen. Want dat zou niet prettig zijn, voor mij niet en voor jou niet.
Nu mag ik weer een beetje buiten liggen. Ik hoop dat ik dan maar weer een beetje kleur krijg want de weken dat ik door die hoge temperatuur binnen moest liggen hebben mij geen goed gedaan. Ik steek al wat af bij de andere patiënten die allemaal gebruinde koppen hebben. Maar ik ben rossig en dan word je niet bruin. Rossige menschen zijn meestal niet vrij van sproeten en dat ben ik ook niet. Dat ik erg mager ben weet je al, maar taai. Zo, dan weet je zo’n beetje hoe ik er uit zie.

Leuk dat Max Douwes jou de groeten aan mij liet doen. Ik kon Max al zo’n beetje, door W. Potse, want die heeft naast hem gelegen in ’t ziekenhuis te Almelo. Die heeft me heel wat van hem verteld. Volgens hem had Max hele stapels damstudieboeken in z’n kast. (En van de week las ik in “H.D.” dat de damliteratuur zo mager was.)
Dan vertelde hij mij nog dat geen van ons in het sanatorium 15 zetten bij hem vol hield. Daar Potse ook een verwoed dammer is heeft hij tientallen potjes met Max gespeeld. Potse (een speler van ongeveer mijn sterkte) was altijd vóór de 15 zetten verslagen. Want, zei hij, Max keek in elke partij 14 zetten diep, en daar kon hij niet tegen spelen. Zoals je wel opgemerkt zult hebben is Potse een blufferd. Hij kreeg ook wel eens problemen van Max. Die liet hij mij ook altijd zien. Nou, maar die waren mooi hoor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *