“Mijn opa maakte twee oorlogen mee.”

Op woensdagmiddag ontmoet ik Evelyn (48), dochter van een Dordtse brugwachter en een jong overleden moeder. Ze is de kleindochter van mijn opa’s halfbroer Pieter Jan Kleton en dus delen we samen dezelfde overgrootmoeder. Jannetje (Jansje) de Groot trouwde namelijk eerst met Piet Kleton, die in 1917 overleed en vijf kinderen achterliet, en later met Casparus Kroonen. In haar poppenhuisje praten Evelyn en ik over vroeger, over de Kroonens en Kletons, terwijl we de vele fotoalbums doorbladeren. “Hoe meer ik erover nadenk, hoe vreemder ik het vind dat foto’s van onze overgrootmoeder volledig ontbreken.”

Hoe heetten je opa en oma?
“Pieter Jan Kleton en Appelonia Sleeking.”

En wat waren hun roepnamen?
“Piet en Ploonie.”

Zag je je grootouders vaak?
“Ja, bij mijn oma was ik altijd welkom. Het maakte haar niet uit dat ik elke dag langskwam. Ze was de liefste vrouw die ik ooit gekend heb, erg zorgzaam. Ze zwaaide me zelfs uit als ik alleen even een boodschap ging doen. Mijn opa daarentegen was een kille man. Hij zei weleens als ik binnenkwam: “Ben je er nou alweer?” Ik weet niet wat voor band mijn opa met mijn oma had, maar ik heb er nooit een goed geval bij gehad.”

Hoe was het bij hen thuis?
“Het waren mensen van de klok. Zo en zo laat drinken we koffie, zo en zo laat eten we. Een heel regelmatig leven waar ik nu wel jaloers op ben, haha. Daarnaast vonden ze dat je respect moest hebben, met twee woorden moest spreken.”

Moest je ook ‘u’ zeggen?
“Ja, ik geloof dat mijn moeder ook nog ‘u’ tegen haar ouders zei.”

Echt? Wij zijn altijd van het tutoyeren geweest.
“Bij mijn ouders was het ook jijen en jouen, hoor.”

Maar ik mocht tegen mijn opa en oma ook gewoon jijen en jouen.
“O nee, dat was ondenkbaar bij ons. Zoiets deed je gewoon niet.”

Waren je grootouders streng?
Denkt even na en zegt dan: “Nee, niet heel streng. Dat heb ik in ieder geval niet zo ervaren, maar ze waren wel consequent.”

Heb je het idee dat je op de Kletons lijkt?
“Ja, mijn opa liet bijvoorbeeld altijd een laagje koffie staan, wat ik ook doe.”

Haha! Had je opa nog meer gewoontes die je je kunt herinneren?
“Hij had een rare tic. Hij moest overal aan ruiken, vooral aan nieuwe dingen. En hij liet half opgerookte peuken liggen en draaide dan de volgende. Zonde van je geld zou je zeggen. Mijn opa ging soms ook weleens voor mijn huis staan en dan bekeek hij het. Ondertussen rende ik naar de voordeur om hem binnen te roepen, maar dan was hij alweer vertrokken. Op straat deed hij ook regelmatig alsof hij me niet zag of hoorde. Heel naar was dat altijd.”

Jeetje, mijn opa was absoluut het tegenovergestelde. Die groette de hele stad en was daarin heel oprecht.
“Ome Koos en ome Jan waren heel anders dan mijn opa, hoor. Koos had veel humor en een warme persoonlijkheid. Als hij me zag wachtte hij me met open armen op. Mijn opa heeft me nooit omhelsd of geknuffeld. Jan had trouwens ook wel humor.”

Mijn moeder herinnerde zich dat Jan tics had, iets met zijn gezicht.
“Dat klopt. Hij had het syndroom van Gilles de la Tourette en maakte dus constant bepaalde geluiden en bewegingen.”

Hoe zou je de broers en zussen van onze opa’s verder willen omschrijven?
“Heel verschillend. Mijn opa was afstandelijk, ome Koos weer niet. En de zussen waren hartelijke vrouwen. Mijn opa had vast ook wel warmte in zich, maar hij kon het gewoon niet doorzetten. Hij was heel cynisch, geen doorsnee man die met de meute meeliep. Eerder een ontevreden man, op het laatst erg verbitterd. Hij kon zijn verdriet niet uiten.”

Mag ik het over je moeder hebben?
Knikt: “Ja hoor.”

Ze overleed toen ze pas 41 jaar was. Zagen jullie het aankomen?
“Nee, mijn moeder wist niet dat ze doodging, anders had ze wel ander soort gesprekken met mij gevoerd. Ze werkte in het ziekenhuis als röntgenlaborante, wat ze waarschijnlijk onbeschermd deed. Het vermoeden van mijn opa was dat ze daar mogelijk ziek van was geworden. Toen mijn moeder een bloedtransfusie kreeg, raakte ze besmet met het hepatitis C-virus. Het begon met vermoeidheid, diarree en een dik been. Een half jaar later was ze er niet meer.”

Wat afschuwelijk…
“Het is sowieso verschrikkelijk om je moeder kwijt te raken, maar helemaal als je pas vijftien jaar bent. Mijn pubertijd was een moeilijke periode en is tekenend geweest voor mijn hele leven. In één klap word je volwassen terwijl je dat helemaal niet wilt. Ik heb er nog steeds last van. Ik heb het gevoel dat ik ontheemd ben, omdat mijn ouders niet meer leven, alle mensen in mijn huidige leven hen nooit hebben gekend en niemand weet hoe ik als kind ben geweest. Als ik ‘Geen kind meer’ van Karin Bloemen hoor, moet ik altijd huilen.”

Hoe reageerden je grootouders op het vroege overlijden van je moeder?
“Ik werd aan mijn lot overgelaten, omdat zij natuurlijk ook veel verdriet hadden. Mijn oma nam wel een soort van de moederrol op zich. Ook leerde ze me eenvoudige dingen te waarderen, eenvoudige dingen die eigenlijk niet eenvoudig zijn, zoals de vogeltjes buiten. Later ben ik voor negen maanden bij mijn opa en oma gaan wonen, omdat ik geen vangnet meer had en verkeerde keuzes in mijn leven maakte.”

Hoe denk je terug aan je moeder?
“Mijn moeder had een serieus psychisch probleem en werd ziek toen ik dertien was. Er moet iets in haar jeugd zijn gebeurd, maar daar heeft ze het nooit over gehad. Ze had er in ieder geval veel last van. Zwaar overspannen lag mijn moeder hele dagen in bed. Ze had geen zin meer in het leven en al helemaal niet in het huwelijk met mijn vader. In tegenstelling tot mijn vader had ik wel een emotionele band met mijn moeder. Ik heb gelukkig veel liefde van haar gekregen, dus weet dat ze erg veel van me heeft gehouden.”

Dat is enigszins geruststellend. Ging ze veel met de Kletons om?
“Zoveel mogelijk. Doordat ze buiten de stad woonden, zag mijn moeder haar ooms en tantes een paar keer per jaar. Wel kwam Koos regelmatig bij mijn opa en oma logeren. Dan kwam hij met een koffertje vanuit Noordwijk naar Dordrecht. Alles moest met het openbaar vervoer, want ze hadden allemaal geen rijbewijs.”

Mijn opa ook niet inderdaad. Kwam je moeder ook bij de Kroonens over de vloer?
“Daar heb ik haar nooit over gehoord. Het werd ook niet gestimuleerd vanuit mijn opa. Hij zei nooit: je hebt nog meer ooms. Dus ik denk dat er weinig contact met de Kroonens was.”

Dus jij kunt je vast niets herinneren.
“Weinig. Ik wist wel dat ze er waren, want mijn opa had het vaak over jouw opa en ome Freek. Ik heb ze alleen nooit op visite zien zitten bij mijn opa en oma. Wel jammer trouwens dat het contact niet gebleven is.”

Ik had eigenlijk wel verwacht dat je foto’s zou hebben van mijn opa en onze overgrootmoeder.
“Hoe meer ik erover nadenk, hoe vreemder ik het vind dat ze volledig ontbreken. Ik heb alle fotoalbums geërfd. Hoe oud is hun moeder eigenlijk geworden?”

Bijna 94. Ze leefde nog toen jij geboren werd.
“Hè?! Meen je dat nou? Waarom heb ik dan nooit iets over haar gehoord…” Ze is er stil van, denkt even na en zegt dan: “Op je website las ik het verhaal van het weeshuis. Ik schrok ervan. Zou mijn opa dat geweten hebben?”

Dat vragen wij ons ook af.
“Waarom zou ze geprobeerd hebben haar kinderen af te staan?”

Pure armoede, denk ik. Dat weet ik eigenlijk wel zeker.
“Nu je het zegt. Mijn opa vertelde weleens dat ze in bittere armoede opgroeiden, dat de wandluizen over de muur kropen. “We hadden armoede, armoede, armoede”, zei hij dan. Ik denk dat mijn opa daardoor zo spaarzaam is geweest. Hij had een goede baan bij de Nationale Nederlanden en spaarde veel. Geld was een belangrijk iets in de familie Kleton, in ieder geval bij mijn opa. Vanaf dat hij gepensioneerd was, werkte mijn opa overigens nog jaren als vrijwilliger voor de blindenbibliotheek. Thuis typte hij hele boeken uit, zúlke stapels. Hoe sprak jouw opa over hun moeder?”

Vol lof. Mijn opa was echt dol op zijn moeder.
“Jouw oma leeft nog, toch?”

Ja, ze is inmiddels 87 jaar.
“Wat vond zij van haar schoonmoeder?”

Ze noemde haar gisteren nog ‘een lief vrouwtje’.
“Zo raar dat mijn opa nooit over zijn moeder sprak.”

Ging je opa wel met zijn broers en zussen om?
“Ja, maar ook daarin vond ik hem schijnheilig. Ze waren de deur nog niet uit of hij begon al met klagen. Hij was uit de hoogte, keek neer op mensen. Jouw oma komt van het woonwagenkamp, toch?”

Ja, klopt.
“Heeft mijn opa dat geweten?”

Je hoort het meteen zodra mijn oma haar mond opendoet. Hoezo?
“Mijn opa keek neer op woonwagenbewoners.”

Jouw huis had anders zo een woonwagen kunnen zijn, hoor!
Lacht: “Mijn moeder vond mijn smaak afschuwelijk.”

Die katholieke interieurs zijn dan ook behoorlijk kitscherig, haha.
“Ik vind het geweldig!”

Geloofde jouw opa eigenlijk?
“Nee, hij was een echte atheïst.”

Mijn opa ook inderdaad.
“Mijn oma was christelijk, maar ging nooit naar de kerk. Wel bad ze voor het eten. Als kind was ik een beetje brutaal, want tijdens de koffie vroeg ik weleens: “Waarom bidt u dan niet bij een speculaasje?” Mijn moeder is trouwens wel gedoopt, maar heeft er nooit iets mee gedaan.”

Waren er weleens discussies met betrekking tot het geloof van je oma?
“Nee, mijn opa respecteerde het gewoon. Wel vloekte hij. Dan zei mijn oma: “Piet toch!” Hij was een rebel.”

Hoezo dat?
“Hij had een gruwelijke hekel aan de VVD.”

Was je opa links georiënteerd?
“O, dat zeker! Hij stemde PvdA en Vrij Nederland lag altijd op tafel.”

Werd er over politiek gesproken?
“Heel veel zelfs. Ik moest ook meekijken naar de oudejaarsconferences van Wim Kan, die natuurlijk over politiek gingen. Mijn opa hield ervan.”

Sprak hij weleens over de oorlog?
“Ja, mijn opa maakte twee oorlogen mee en doorstond de hongersnood. Hij had een grote hekel aan de Duitsers. “Die vuile moffen”, zei hij vaak. Mijn moeder is in de oorlog geboren, wat denk ik niet makkelijk geweest is. En toen mijn opa met zijn cocker spaniel over de kade liep, pakten soldaten zijn hond af en verdronken hem vervolgens. Mijn oma bewaarde alles en was heel zuinig, omdat ze bang was voor een volgende oorlog.”

Mijn opa was claustrofobisch en vond het ontzettend eng om in de passagiersstoel te zitten. Ik zie het nog zuiver voor me hoe hij zich dan stevig vasthield. Heeft jouw opa ook trauma’s overgehouden aan de oorlog?
“Ja, hij was bang voor water en kon niet zwemmen.”

Maar ik zie allemaal foto’s van je opa zittend in bootjes.
“Mijn opa was, net als Koos, wel erg weg van water. Ze hielden van de zeilsport.”

Wat apart, zeg. Waar is je opa eigenlijk aan overleden?
“Aan een hersenbloeding. Hij werd op straat gevonden. Na een week in het ziekenhuis te hebben gelegen overleed hij. Hij was al weduwnaar, voor hem hoefde het niet meer.”

Reacties op “ “Mijn opa maakte twee oorlogen mee.” ”
Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *