‘t Dordtse dialect 1/3

Zoals ik al eerder schreef heb ik in het verleden hard mijn best gedaan om correcter Nederlands te leren spreken en schrijven. Inmiddels zie ik het echter als een verrijking dat ik met een regiolect/sociolect ben opgegroeid. Dat geldt voor het Bargoens waarover ik voor deze en deze blogpost een oud maar interessant boekje las, maar ook voor het Dordtse dialect.

Op de universiteit is er — ondanks mijn inspanning ‘mooier’ Nederlands te spreken — verscheidene keren laatdunkend gedaan over mijn accent. Je klinkt volgens dit soort types blijkbaar minder ontwikkeld als je iets platter spreekt, een zachte ‘g’ hebt of van het platteland komt. Op een gegeven moment gaf ik het op.

Voor deze drieluik las ik Dordtse woorden, uitdrukkingen en dialect (1991) van Sibrand de Grauw en Gerard Gast. Ik zat continu hardop te lachen, want de opgesomde typeringen waren allemaal zo herkenbaar. Door het een en ander uit te lichten zal ik proberen duidelijk te maken waarom het Dordts moet blijven bestaan. Maar eerst alvast iets uit het voorwoord:

“Het Dordts dialect is van oorsprong ouder dan het A.B.N. Alleen, het Dordts staat als dialect niet op zichzelf. Het ligt voor de hand, dat het Dordts invloeden van buitenaf heeft ondergaan. Veel Walen (na 1568), Antwerpenaren (na 1585, de val van Antwerpen) en Hugenoten (17e eeuw) vluchtten en vestigden zich in onze stad.”

“Onze voorouders spraken anders dan wij. Ook moeten we er rekening mee houden, dat de taal die door de bewoners rond de Grotekerk werd gebruikt, een andere is dan die van de bewoners in de buurt rond de Nieuwkerk.”

“Doordat Dordt behoorde tot Holland en de bakermat is geweest van de Hervorming (Dordtsche Synode) en de Staten van Holland (Eerste Vrije Statenvergadering), heeft een calvinistische inslag in onze stad de overhand gehad. Doordat Dordt na de Sint-Elisabethsvloed van 1421 een eiland is gebleven en de inwoners zich ook, zoals geschetst, als eilandbewoners zijn blijven gedragen in het zuidoostelijk deel van Holland, heeft in de loop der tijden een eigen taaltje zich kunnen ontwikkelen.”

“Het streven naar behoud van eigen identiteit uit zich heden ten dage nog in het opkomen voor de belangen van eigen wijk of gemeenschap. Voor mensen van buiten het eiland valt het niet altijd mee om te integreren in de oorspronkelijk bevolking. Dordtenaren zullen niet gauw hun eigenheid en eigenzinnigheid willen prijsgeven en de Dordtse taal kan daarvan profiteren.”

“In grote lijnen behoort het Dordts tot de dialecten van westelijk Nederland, die uitgesproken worden met een zogenaamde ‘lange mond’ en op een zangerige toon. Ook is het voor een Dordtenaar moeilijk om twee medeklinkers achter elkaar uit te spreken.”

Bron: Sibrand de Grauw en Gerard Gast. Dordtse woorden, uitdrukkingen en dialect (1991).

Hoofdfoto: ‘Het witte gebouw huisvest de Openbare Leeszaal’ © Regionaal Archief Dordrecht (bron)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *