’t Bargoens volgens Enno Endt 3/3

“In de praktijk is er natuurlijk tussen volkstaal en Algemeen Beschaafd een permanente wisselwerking. Wij zagen in het voorgaande historisch overzicht reeds perioden van verhoogde interesse voor, en daarmee invloed van de volkstaal. Een invloed die zich in de letterkunde onder andere openbaart.” [p. 57]

“Als de spreker van het Algemeen Beschaafd — de abstracte en stabiele taal der redelijkheid — de volkstaal kennen leert, is hij aanvankelijk verbijsterd door de overvloed van beeldspraak, door de woekerbloei van synoniemen.” [p. 59]

“hij heeft een tuin op zijn buik (hij is begraven); […] ik eet toch zeker ook geen poep (ben toch zeker ook niet gek); […] ze heeft een blinde passagier (is zwanger); z’n eigen van binnen bekijken (slapen); blank omheen (scheelziend); hemelen (gestorven zijn).” [p. 59]

“Maar zeker dient het labyrint van metaforen dat zich rondom enkele, meestal taboe-begrippen vormt, ook om het eigenlijke woord te mijden en de zaak in kwestie toch, maar dan omschreven in een beeld, te noemen.” [p. 62]

“Als Jasperina in haar meest recente show, Sweet Charity, de uitroep Ammenoellah bezigt en zichzelf daarbij een elegante (maar traditioneel bepaalde!) bilklap geeft, dan is het ijddellijk gebruiken van de naam van deze koning van Afghanistan (tot 1928) op zichzelf alreeds een speelde vlucht voor ammenooitniet. De dubbele ontkenning in dàt woord moet men natuurlijk niet — volgens de logica — vermenigvuldigen; het nooit en niet wordt — affectief — bij elkaar opgeteld.” [p. 85]

“Een opzettelijke verbastering van aars is in dat lap ik aan m’n laars te zien.” [p. 85]

“De Sodomieten, inwoners van Sodom, 1500 jaar voor Christus, dienen thans de Nederlander nog als hij wil zeggen “ben je gek”, “het gaat me slecht”, “ik ben bedrogen” (alle drie: besodemieterd). […] Het advies om er van door te gaan kan, welgemeend of bedreigend, zijn: opsodemieteren, opmieteren, opsooien.” [p. 87]

“Toen de melaatste Lazarus werd opgewekt, kreeg hij meteen het ééuwig leven in de taal, maar trof het niet met opgelazerd, lazerus, belazerd, op je lazer, op je lazerij, gelazer.” [p. 88]

“Een taalnaam als ‘Bargoens’ brengt als suggestie mee, dat het om een volledig uitgebouwde taal, met eigen klank- en vormleer en syntaxis gaat. Dat dít niet het geval is, moge uit het hier besprokene, al verhandelend, zijn duidelijk geworden.” [p. 94]

“Nu gaat het hier bij de volkstaal allereerst om een verklanking die verschilt van de fonetische realisatie in AB. Dit gaat gepaard met een verschil in woordenschat, dat verder reikt in zegswijzen en termen dan een kring- of vaktaal.” [p. 94]

“Maar het Bargoens der grote steden is bepaald niet een geheime taal. Wel kan het bij voorkomende gelegenheid, incidenteel dus, als geheimtaal, om een derde niet te laten profiteren van een mededeling, dienen. Het is daarvoor beschikbaar, het is nooit met opzet daartoe gecreëerd of ook in stand gehouden.” [p. 95]

“Het woord voor mannelijk geslachtsdeel, lul, is nog het meest aanvaard in onze mannenmaatschappij. Het is semantisch ook niet sterk geïsoleerd.” [p. 101]

“Ook het werkwoord neuken, dat verwant lijkt met het Engelse to knock — hoewel de wetenschappelijke etymologie alleen verwijst naar nuk en fnuiken — schijnt niet vóór 1700 onze toepassing gehad te hebben. In Zuid-Afrika en Vlaanderen gebruikt men het in heilige onschuld voor bedriegen, plagen, ons verneuken dus, dat evenwel toch ook geldt als onvoegzaam.” [p. 102]


‘Woonwagenbewoners. De leefomstandigheden in het woonwagenkamp in de Molenkom in Arnhem zijn slecht. Het gehele kamp is een grote modderpoel en de hygiëne is ver te zoeken. Foto: onder moeilijke omstandigheden wordt er een nieuwe wagen gebouwd’, ±1923. • © Spaarnestad Photo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *