’t Bargoens volgens Enno Endt 1/3

Volgens Koenens woordenboek is Bargoens ‘de geheime taal van boeven, landlopers en dieven, met Jiddische elementen’. En De boeventaal van Köster Henke kreeg als ondertitel Zakwoordenboekje van het Bargoensch. Het zijn omschrijvingen die ik tal van keren heb gehoord, maar die ik nog altijd erg gek vind klinken. Ik associeer mijn oma namelijk totaal niet met boeven en dieven; ze is een van de eerlijkste mensen die ik ken en kan me niet voorstellen dat ze iets zou jatten.

Ik zie het Bargoens als een plat klinkend maar rijk en creatief volkstaaltje. Het barst er van de metaforen en synoniemen. Een ander kan er echter best minachtend over doen, terwijl de meeste Nederlanders onbewust woorden uit het Bargoens gebruiken. O, de ironie!

Hoe je het ook wendt of keert, het hebben van een accent wordt je niet altijd in dank afgenomen. Ik heb in het verleden dan ook hard mijn best gedaan correcter Nederlands te leren spreken en schrijven. Inmiddels vind het een soort van verrijking dat ik met een regiolect/sociolect ben opgegroeid. In vergelijking tot mijn medestudenten, die met het idee leven dat ze ABN spreken en dus hoorbaar een ‘keurige’ opvoeding hebben genoten, heb ik minder moeite om docenten met een accent te verstaan of teksten in het Middelnederlands te ontcijferen. Ook op de universiteit merk ik dat er toch een beetje neergekeken wordt op mensen met een accent. Ik vind het daarentegen juist interessant dat zo’n klein landje als Nederland zoveel streektalen telt. Die variatie aan accenten en dialecten zouden in stand gehouden moeten worden, want wie bepaalt er eigenlijk dat we allemaal Haarlems moeten spreken?

Hoewel ik zelf naar mijn weten zelden Bargoens als zodanig gebruik, kan ik ondertussen wel een aardig woordje verstaan. Toch weet ik er vrij weinig over en dus besloot ik bij de bibliotheek een boek te bestellen. Ik was nieuwsgierig hoe Enno Endt in zijn boek Een taal van horen zeggen. Bargoens en andere ongeschreven sterke taal (1969) naar het Bargoens kijkt. In de volgende twee posts licht ik het een en ander voor jullie uit.


‘Woonwagenbewoners. Een woonwagenkamp/woonwagendorp aan het einde van de Tweede Spaaarndammerstraat in Amsterdam. De wagens verkeren in een slechte staat van onderhoud en de armoede is groot’, ±1910. • © Spaarnestad Photo

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *