Onderwijzer Pieter Jan werd ‘vrijgesteld’ door ‘teringziekte’

Naar aanleiding van mijn vorige post werd ik getipt over de website Dordtenazoeker. Ik had er nooit eerder van gehoord. Op deze website (waar ik me eerst (gratis) voor aanmeldde) las ik dat mijn oud grootvader Pieter Jan de Groot (1786-1834) inderdaad onderwijzer was. Daarnaast stond hier beschreven dat hij ‘teringziekte’ had en ‘vrijgesteld’ was, ik vermoed van zijn werkzaamheden als onderwijzer. Ten tijde van zijn overlijden woonde Pieter Jan in de Grotekerksbuurt in Dordrecht.

Aangezien me werd verteld dat Pieter Jan ‘teringzuchtig’ was en ik me hier geen voorstelling bij kon maken, besloot ik Google te raadplegen. In het boek Practisch tijdschrift voor de geneeskunde in al haren omvang (1822) van Anthonij Moll las ik op pagina 226-227 het volgende over ‘teringzucht’, en de symptomen bleken afschuwelijk te zijn omschreven:
“Het verlies van beenzelfstandigheid wordt meestal veroorzaakt door verettering en versterving […] De ziekte behoort tot de Zuchten (Suchten) of slepende ziekten […] en wij geven haar de naam Teringzucht (Schwindsucht) […] Bij de gewone teringzucht wordt eerst het vet en naderhand het vleesch der spieren verteerd, en de dood volgt meestal, vóór dat het tot vertering van de zelfstandigheid der ingewanden en beenderen komt.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *