Woonwagenbewoners of kampers?

Hoewel mijn oma altijd heeft verteld dat haar familieleden woonwagenbewoners waren (en nog altijd zijn) en ik dus niet beter weet, word ik toch enthousiast als ik op een document zie staan dat ze in een woonwagen of op het woonwagenkamp woonden. Te gek! Wat een leven moet dat zijn geweest. Ik kan me er echt geen voorstelling bij maken. Des te spannender vind ik het, denk ik.

Voor deze post besloot ik even te googlen en Wikipedia te raadplegen. Op deze pagina zag ik onder meer het volgende staan: “Typische beroepen van woonwagenbewoners waren of zijn: ketellapper, stoelenmatter, bezembinder, kramer, muzikant, en scharenslijper.” Mijn oma’s grootvader was ten tijde van zijn overlijden inderdaad scharenslijper. Leuk om te weten dat dit dus typisch een beroep voor woonwagenbewoners is. Op de geboorteakte van zijn dochter Anna Catharina staat dat hij een ‘rondreizende korvenmaker’ is.

Om deze volgende zinnen besloot ik de Van Dale te raadplegen:
“Van het laatste woord is de pejoratieve term “kampers” afgeleid.”
“Soms wordt gedacht dat woonwagenbewoners (afstammelingen van) zigeuners (Roma en Sinti) zijn. Dit is onjuist.”

Volgens Van Dale:
kam·per (de; m,v; meervoud: kampers)
1 bewoner van een woonwagenkamp

woon·wa·gen (de; m; meervoud: woonwagens)
1 als woning ingerichte wagen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *